Harpist Remy van Kesteren pleit in de septembereditie van de Cultuurkrant voor goede kunst- en cultuureducatie. “Kunstzinnige vorming maakt completere mensen’, aldus de Leerorkestambassadeur, die gelijktijdig het gymnasium en conservatorium doorliep.
Zijn basisschooltijd bracht Van Kesteren door op de Vrije School. Daar leerde hij dat je je identiteit en gevoelens ook door kunst – zingen, dansen, muziek maken, schilderen en tekenen – kon uitdrukken en niet alleen verbaal. Hij zag op de middelbare school hoe hij en zijn oud-klasgenoten van de Vrije School daarbij gebaat zijn door onder meer de goede en genuanceerde presentaties van hun eindprofielwerkstukken. Anderen “deden het academisch gezien goed, maar als mens waren ze minder volgroeid. Dat was gewoon onmiskenbaar.”
Laagdrempelige instrumentale muziekeducatie
De huidige kennismaking met muziek op school is vaak oppervlakkig en kortlopend, maar goedkoop, aldus Van Kesteren: zingen en bodypercussie. Verdere ontwikkeling schuift daardoor door naar de vrij tijd, waardoor buitenschoolse instrumentale muziekontwikkeling voor veel kinderen uit sociaal-economisch kwetsbare gezinnen onhaalbaar wordt. “Daarom pleit ik voor structurele, instrumentale muziekeducatie in en rondom school voor alle kinderen”, stelt de befaamde harpist.
Investering in plaats van subsidie
Het woord subsidie dekt volgens Van Kesteren de lading niet meer en zou vervangen moeten worden door het woord investering. Kunst verdient zich niet alleen economisch terug, maar ook op het gebied van mentale gezondheid onder jongeren. En dat is volgens de harpist net zo belangrijk als leren zwemmen. “Cultureel leren zwemmen zou een fundamenteel recht moeten zijn voor ieder kind.”
Hij maakt zich zorgen over de toenemende ontoegankelijkheid van instrumentaal muziekonderwijs. “Bij de projecten waar ik regelmatig aan meewerk zoals het Leerorkest, Meer Muziek in de Klas en de Kindermuziekweek zie ik hoeveel het met kinderen doet. Ze creëren bewustzijn over het belang van muziekonderwijs en brengen mensen – kinderen, ouders, scholen, beleidsmakers – met elkaar in contact rond dit thema.”Hij mist een sterke kunst- en muzieklobby in Den Haag, terwijl daar veel mee te bereiken valt gezien de sportlobby. “De politiek is nu overtuigd van het belang van bewegen. Kunst is net zo belangrijk, daarom is het pijnlijk te zien dat het ons niet lukt dat samen voelbaar te maken.”
Landelijke politiek is aan zet
“We moeten hogere ambities hebben dan enkel kennismakingslessen.” De benodigde investering ligt nu grotendeels op het bord van de gemeenten, maar de landelijke politiek is nu aan zet, aldus van Kesteren. Hij beraadt zich om zich in te zetten voor deze lobby. “Ze kunnen me bellen.”






